36. Is het absoluut nodig de Europese normen EN 12453 - EN 12445 te eerbiedigen? Zoals voor het merendeel van de normen, zijn zij niet strikt verplicht. UNAC adviseert de toepassing van EN12453 en EN12445 gezien zij het mogelijk maken om het vermoeden van overeenstemming aan de Europese Richtlijnen te verklaren. Anders moet men de naleving van de vereiste voorwaarden bewijzen door de Richtlijnen.
37. Bestaan er sancties voor degenen die de normen niet eerbiedigen? Er zijn geen sancties voor degenen die de vrijwillige normen niet eerbiedigen, maar er zijn er wel voor degenen die de Europese Richtlijnen niet eerbiedigen.
38. Indien de veiligheid van de geautomatiseerde deur/poort verkregen wordt door de beperking van de operationele krachten, dienen deze krachten dan gemeten worden bij elke installatie? Ja. Men moet op elke installatie de bestaande reële operationele krachten controleren (die betrekking hebben op de installatie: gewicht, snelheid, wrijvingen, regelingen, veiligheidssystemen, enz).
39. Dient men altijd de krachten te meten? Nee. Het is niet nodig bij installaties met "Dodemansbediening" of bij voorzieningen van veiligheids-systemen van het type E die in elke situatie het contact met de bewegende deur verhinderen.
40. Mag de fabrikant van openers de krachtmetingen doen op een proefpoort onder de moeilijkste werkingsomstandigheden en aan de installateur de aanwijzing over de vereiste parametrisering, bv. in de installatiehandleiding, en zo de operationele krachten van de deur aldus vrij te stellen? Nee; want hij is niet in staat om uit te wijzen dat de resultaten van zijn proeven ter plaatse voortgebracht kunnen worden. Zie eveneens FAQ: 38.
41. Hoe wordt het instrument ondersteund tijdens het meten van de krachten? Het meten van de krachten, in de verschillende meetpunten, dient zodanig te gebeuren dat de resultaten van de proef niet kunnen gewijzigd worden. Men zal dus onplooibare verlengingen gebruiken met een min. doorsnede van 80 mm. En geplaatst op een stabiele manier in tegenovergestelde richting van de bewegende vleugel.
42. Moet men de software voor het meetinstrument van krachten hebben? De norm EN12445 voorziet dat het meetinstrument van krachten wordt uitgerust met plotter of een registreerapparaat XY; bovendien voorziet de norm EN12453, die de uitersten bepaalt, genoeg toegestane criteria, bv. In het begin worden opeenvolgende pieken toegelaten op voorwaarde dat deze afnemend zijn. Dat alles vraagt nazicht van de krachtcurve in de grafiek. Momenteel bestaat er volgens onze bronnen geen enkel instrument dat de grafiek direct kan weergeven.
43. Waar kan men meetinstrument van krachten kopen? Volgens de informatie van UNAC is het mogelijk de meetinstrumenten vereist door de Europese Normen te kopen bij (in alfabetische orde):
- Drive Test GmbH (www.drivetest.de)
- GTE Industrieelektronik GmbH (www.gte.de)
- Microtronics S.r.l. (www.microtronics.it)
- Normagate S.r.l. (www.normagate.com)
UNAC staat niet garant voor de kwaliteit van die fabrikanten en vermelde producten.
44. Is een knipperlicht vereist volgens de Europese Normen? De normen betreffende de veiligheid voor het gebruik van geautomatiseerde deuren/poorten maken het niet verplicht, maar verwijzen ernaar in de evaluatie van de risico's tijdens de installatie. UNAC, in ieder geval, beveelt het gebruik ervan aan.
45. Vereisen de Europese Normen een noodstop? Nee. De norm EN12553, in punt 5.2.2, die op de norm EN60294-1 wijst, heeft zelfs de tendens een noodstop af te raden, door de verklaring "niet van toepassing". Er kunnen wel werkomgevingen zijn waar een noodstop wordt gevraagd. In dit geval moet men er zeker op letten dat de noodstop de veiligheid van de installatie niet vermindert, omdat deze alle veiligheden uitschakelt
46. Moet men de Richtlijn Laagspanning in de installatie van een automatische poort toepassen, als de hele elektrische installatie (motor, veiligheidsstrippen, fotocellen, knipperlichten, enz.) in laagspanning (24V) is en de fabikant voor de voeding van het elektrische netwerk een stekker voorzien heeft? Ja, voor wat betreft de stekker, als de spanning bv. 230 V is.
47. Mag men sommige risico's niet beveiligen indien het gaat om weinig waarschijn-lijke, weinig frequente en weinig gevaarlijke risico's (zie bv. de risico's [ D ] en [ F ] die in de Gids UNAC N.1 worden aangegeven aangaande schuifpoorten)? Ja, maar men moet de gebruikers van de geautomatiseerde deur/poort schriftelijk verwittigen in de Gebruiksaanwijzing (of in het Onderhoudsboekje) en, indien mogelijk, de vereiste signalisatie toepassen.
48. Wat zijn de overblijvende risico's? De overblijvende risico's zijn de risico's die door de analyse van het product (machine), worden ingeschat als weinig waarschijnlijk, weinig frequent en weinig gevaarlijk en die ten opzichte van de werking en de vereiste kosten voor hun eliminatie of bescherming overblijven.
49. Moet de veiligheidsstrip voor de beperking van de operationele krachten van de schuifpoort op de bewegende vleugel geïnstalleerd worden of mag hij op de poortpaal worden geplaatst? De veiligheidsstrip heeft als doel de kracht te verminderen tussen de bewegende vleugel en elk ander object, dat zelfs een stilstaande auto zou kunnen zijn. Bijgevolg moet de veiligheidsstrip op de bewegende vleugel geplaatst zijn. Andere eventuele strippen op de vaste poortpalen kunnen nuttig zijn om verdere risico's te verminderen.
50. Mag men de "dodeman" bediening gebruiken met gebruik van een camera? Nee, omdat de camera niet kan beschouwd worden als dicht bij de deur.
51. Is de toepassing van het etiket die het product identificeert, verplicht? Ja, want dit is vereist door de Machinerichtlijn.
52. Als de noodstop geactiveerd is, kan men dan de poort gebruiken in "dode-man" bediening? Niet als de noodstop geactiveerd is. Men moet echter controleren of de installatie van een noodstop de veiligheid van de deur niet vermindert.
Als een veiligheidssysteem geactiveert is dat de deur/poort stopt, is het dan mogelijk de poort te gebruiken in "dode-man" bediening? Ja, wanneer een veiligheidssyteem tussenkomt, door er op te letten dat alle voorwaarden voor "dode-man" bediening worden gerespecteerd die in de norm EN2453 worden voorgeschreven (waaronder de positie van de bedieningen en zicht op van de deur).
53. Is automatisch heropstarten mogelijk na een stroomonderbreking? Het is niet noodzakelijk om een manuele bediening uit te voeren na een stop, als men de doeltreffendheid van alle veiligheden controleert die de veiligheid garanderen.
54. Hoeveel en waar moet men fotocellen plaatsen opdat de deur in overeenstemming is met de normen? Men moet specificeren dat de fotocellen (systeem van het type D) niet altijd verplicht zijn, dat hangt af van het "type van gebruik van de deur", zoals vastgesteld met het schema van de norm EN12453. Volgens dit schema worden fotocellen altijd samen gebruikt met een systeem C (mogelijkheden om krachten te beperken). Dit gezegd zijnde, om het aantal fotocellen te bepalen moet men "analyse van aanwezige risico's" uitvoeren en evalueren of een fotocel dit risico vermindert. Wanneer een fotocel geplaatst wordt op een poort in een publieke zone, zelfs als de normen het niet specificeren, is het normaal wenselijk een fotocel te plaatsen aan de buitenzijde van de poort (t.t.z. op de openbare zone). Tenslotte om de positie van de fotocel te bepalen moet men rekening houden met het feit dat voor nazicht van de werking, men parallellepipedums gebruikt van 700x300x200mm die "de straal"
onderbreken.
55. Moeten de fotocellen en veiligheidsstrippen die verkocht worden zonder motor, een CE-conformiteitsverklaring hebben voor de veiligheidscomponenten (volgens de Machinerichtlijn Bijlage II-C)? Aan welke normen moeten zij conform zijn? De veiligheidsstrippen gebruikt om de krachten van effect van de geautomatiseerde deur/poort te beperken moeten de vereiste voorwaarden respecteren volgens de normen EN12978 en moeten ze een CE-conformiteitsverklaring hebben volgens de Machinerichtlijn Bijlage II-C. De fotocellen die voor detectering van personen worden gebruikt, zijn geen veiligheidssystemen en behoren bijgevolg niet tot de Bijlage IV van de Machinerichtlijn. Zij moeten samen met veiligheidsstrips gebruikt worden, en moeten de vereiste voorwaarden respecteren van de normen EN12453
56. Wat zijn de kenmerken van de fotocellen voor geautomatiseerde deuren/poorten? Zijn "zelf-uitlijnende" fotocellen toegelaten? De fotocellen (met inbegrip van de genoemde "zelf-uitlijnend"), die een detecterende functie hebben op de beperking van de operationele krachten van de vleugel, moeten voldoen aan de vereiste voorwaarden en proeven vermeld in de normen EN12453 voor dit soort systeem (type D).
57. Kunnen fotocellen, die geen veiligheidssystemen zijn, een bewijs van defect zijn? Voor de fotocellen (aanwezigheidsdetectie type D) is geen enkel voorschrift wat betreft de veiligheid tegen defecten. Hoe het ook zij is een periodieke controle van de systemen dienen minstens om de 6 maanden te gebeuren.
58. Zijn fotocellen met reflector conform? Bepaalde systemen op de markt gebruiken gepolariseerde reflectoren en zijn bijgevolg in staat om in de testen te slagen die voorzien door de norm EN12445 met het parallellepipedum van 70x30x20 cm met weerkaatsend oppervlak.
59. Kunnen de infrarode radars als veiligheidssystemen overwogen worden? De normen beschrijven geen technologieën die als veiligheidssystemen kunnen gebruikt worden. In ieder geval moeten zij de vereiste voorwaarden respecteren die door de normen op basis van de functies worden bepaald (type C; D of E).
60. de veiligheidsstrippen met radiosignaal conform? Als de veiligheidsstrip als systeem van het type C wordt gebruikt, moet men controleren dat de verklaarde categorie met de vereiste categorie overeenstemt. Zie eveneens FAQ: 55 en 59.
61. Zijn controles vanwege de overheid voorzien op de installaties van deuren/ poorten? In alle omgevingen onderworpen aan het D. Lgs. 626/94 hebben de bevoegde instanties het recht om tot controles over te gaan. Over het algemeen in alle omgevingen, op verzoek met motivatie, hebben de bevoegde instanties altijd het recht om in te grijpen.
62. Hoe moet de installateur zich gedragen wanneer men vraagt om een reeds bestaande deur te herstellen die in werking werd gesteld vóór de inwerkingtreding van de Europese normen? Hij kan de herstelling uitvoeren zonder de verplichting te hebben de installatie aan te passen aan de nieuwe geldende normen. Hij wordt niettemin aangeraden de eigenaar van de geautomatiseerde poort voor te stellen om de installatie aan te passen aan de recentste Europese normen. Wanneer de installatie niet voldoet aan de vereiste veiligheid- en gezondheidvoorwaarden voorgeschreven door de Machinerichtlijn volgens de regels van de kunst en volgens installatiedatum van de poort, kan de herstelling slechts gebeuren nadat de installatie aan de Machinerichtlijn en de geldende normen werd aangepast.Zie ook FAQ: 12, 13 et 14.
63. Wat moet men doen bij onderhoud van oude installaties waar men de afstandsbedieningen van 300MHz nog gebruikt? De oude afstandsbedieningen van 300MHz kunnen niet meer gebruikt worden sedert enkele jaren, zelfs wanneer deze nog werken, en moeten zij vervangen worden door producten conform aan de nieuwe wetbeschikking.
64. Wie is verantwoordelijk voor een geautomatiseerde deur/poort wanneer er geen onderhoudscontract is? De fabrikant van de geautomatiseerde poort is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de Europese Richtlijnen. Het bedrijf belast met het onderhoud is verantwoordelijk voor zijn eigen werk, zoals voorzien in het onderhoudscontract en volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Wanneer, in tegenstelling tot wat door de fabrikant werd opgesteld, het onderhoud niet wordt uitgevoerd, is de eigenaar en/of de beheerder van de deur verantwoordelijk voor de eventuele schade die door een foute werking wordt veroorzaakt (tenzij het incident een verlenging is van een fabricage of installatiefout).
|